Conclusie
1.De feiten
2.Het procesverloop
3.Inleiding
nietverantwoordelijk voor de gebrekkige dienstverlening door [A]. Volgens Stichting W&P heeft SNS Bank de op haar rustende zorgplicht geschonden, onder meer door geen adequaat onderzoek te doen naar de inkomens- en vermogenspositie van de betrokkenen.
De bespreking van het cassatiemiddel in het principale beroep en in het incidentele beroep
bijzondere zorgplicht. Deze zorgplicht strekt met name tot bescherming tegen onverantwoorde financiële risico’s. De zorgplicht strekt ook tegen het gevaar van eigen lichtvaardigheid en gebrek aan inzicht. De inhoud en reikwijdte van de zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de desbetreffende rechtsverhouding, het bijzondere risico van het desbetreffende product of de dienst, de eventuele deskundigheid en relevante ervaring van de particuliere cliënt, en diens inkomens- en vermogenspositie. De civielrechtelijke zorgplicht kan verder reiken dan de publiekrechtelijke regels.
welde specifieke kenmerken van het product had betrokken (alsmede de overige omstandigheden van het geval), meen ik toch dat het bestreden oordeel van het hof geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.
ten minstede plicht rustte om voorafgaand aan de verstrekking van de hypothecaire leningen de kredietwaardigheid van de afnemers deugdelijk te onderzoeken. Het bestreden oordeel houdt
nietmede in aan welke normen SNS Bank de kredietwaardigheid had moeten toetsen (laat staan dat de thans geldende normen van toepassing zouden zijn) en ook niet hoe SNS Bank had moeten handelen indien zij tot de slotsom zou zijn gekomen dat de kredietverstrekking voor de cliënten hoge risico’s meebracht (rustte op SNS Bank bijvoorbeeld een waarschuwingsplicht?). Die beoordeling had ook niet kunnen plaatsvinden zonder alle kenmerken van de concrete gevallen te beoordelen, waaronder de inkomens- en vermogenspositie van de betrokkenen én de specifieke kenmerken van de desbetreffende dienstverlening [16] .
onderdeel 2changen samen en zal ik gezamenlijk bespreken.
risico opoverkreditering (en niet overkreditering) voldoende acht voor het onrechtmatig handelen van SNS Bank. Dit is mijns inziens eens te meer merkwaardig, omdat volgens het hof het nalaten om de betrokkenen te behoeden voor overkreditering de primair aan SNS Bank verweten gedraging is (rov. 4.25 tweede volzin). [21]
de grondslag van de aansprakelijkheid. In de schadestaatprocedure kan veel aan de orde komen, maar niet de grondslag van de aansprakelijkheid. [22] Dit houdt in dat in de hoofdprocedure moet worden geoordeeld over het – tekortschietend of onrechtmatig – handelen of nalaten van de aansprakelijk gestelde partij. [23]
in het geval van overkrediteringde hypothecaire lening niet waren aangegaan. Dat overkreditering heeft plaatsgevonden is dus nog slechts een hypothese. Ik laat dit punt verder rusten, omdat onderdeel 3 het niet ter discussie stelt.
principaal beroep) en onderdeel III (incidentele beroep)
nderdeel 4van het middel in het principale beroep en
onderdeel IIIvan het middel in het incidentele beroep. Deze onderdelen, die samenhangen, klagen – onder meer – dat het hof ten onrechte niet heeft gemotiveerd op basis waarvan het tot deze maatstaf is gekomen, dat bij deze wijze van schadeberekening geen rekening wordt gehouden met het gegeven dat de beleggingen die zouden worden gedaan met (een deel van) de geleende gelden rendement zouden genereren en dat de maatstaf innerlijk tegenstrijdig is (is het nu vier keer het bruto jaarinkomen, vijf keer het bruto jaarinkomen of 36% van het bruto jaarinkomen?).
.Ten onrechte, althans op gronden die dat oordeel niet kunnen dragen, heeft het hof in rov. 4.33 en rov. 5.1 geoordeeld dat niet (meer) wordt toegekomen aan beoordeling van het verwijt aan SNS Bank dat zij haar waarschuwingsplicht heeft geschonden en dat grief 2 om die reden faalt. Met dit oordeel heeft het hof miskend dat de waarschuwingsplicht niet (enkel) volgt op de onderzoekplicht, maar dat deze daarnaast een zelfstandige rol heeft. Voor zover het hof dit niet heeft miskend, heeft het zijn oordeel onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd.