ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ3696
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning WW-uitkering wegens indirecte gevolgen van vorst volgens CAO en WW
De werknemer was commercieel medewerker binnendienst en werkte in de winterperiode minder uren vanwege aanhoudende vorst, waardoor het bedrijf vrijwel stil lag. Het Uwv wees de aanvraag voor een WW-uitkering af omdat de werkgever volgens hen een loondoorbetalingsplicht had en er geen sprake was van directe werkloosheid door vorst.
De werknemer stelde dat de CAO Betonproductenindustrie de loondoorbetalingsplicht uitsluit bij vorst en dat de werkzaamheden van het personeel onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, waardoor het niet werken geen indirect gevolg maar een gevolg van vorst was. De rechtbank beoordeelde dat artikel 18 van Pro de WW niet beperkt is tot directe gevolgen van vorst en dat ook indirect getroffen werknemers recht op een WW-uitkering kunnen hebben.
De rechtbank concludeerde dat het Uwv ten onrechte de uitkering had geweigerd omdat de werknemer voldeed aan de voorwaarden van artikel 16 WW Pro en er geen loondoorbetalingsplicht bestond volgens de CAO. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de uitkering toegekend. Tevens werden proceskosten aan de werknemer toegekend.
Uitkomst: De rechtbank kent de WW-uitkering toe wegens indirecte werkloosheid door vorst en vernietigt het besluit van het Uwv.