ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ5968
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen bouwvergunning voor afvaloven Harlingen
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Harlingen om Omrin een bouwvergunning te verlenen voor een reststoffenenergiecentrale (afvaloven) met een bouwhoogte van 44 meter, waarbij binnenplanse vrijstellingen werden verleend vanwege overschrijding van de maximale hoogte van 20 meter volgens het bestemmingsplan "Harlingen-Uitbreiding Industriehaven 1997".
De rechtbank beoordeelde of het bouwplan moest worden getoetst aan het oude bestemmingsplan of het nieuwe bestemmingsplan "Harlingen-Industriehaven 2006" en oordeelde dat toetsing aan het oude bestemmingsplan op zijn plaats was. Eisers voerden aan dat de bouwvergunning ten onrechte was gesplitst van een hogedrukleiding en dat het bouwplan niet voldeed aan de eis van zeehavengebondenheid.
De rechtbank verwierp deze grieven. De reststoffenenergiecentrale werd als een afgerond bouwwerk aangemerkt en de hogedrukleiding kon in een aparte procedure worden beoordeeld. Daarnaast is de eis van zeehavengebondenheid slechts een streven en geen absolute voorwaarde. Het college had de binnenplanse vrijstellingen in redelijkheid kunnen verlenen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de bouwvergunning voor de reststoffenenergiecentrale is ongegrond verklaard.