ECLI:NL:RBLEE:2011:BT8861
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering conserverende navorderingsaanslag schenkingsrecht wegens juiste waardering liquidatiewaarde en belastinglatenties
Eiseres, samen met haar echtgenoot en ouders, was betrokken bij een maatschap die een melkveehouderij exploiteerde. Na ontbinding van de maatschap in 2004 nam eiseres de onderneming voort. Verweerder legde een conserverende navorderingsaanslag schenkingsrecht op, welke eiseres betwistte vanwege de wijze van waardering van de liquidatiewaarde, voortzettingswaarde en toerekening van belastinglatenties.
De rechtbank oordeelde dat de overgenomen langlopende schulden en latente belastingschulden onderdeel zijn van de verkrijging en niet als tegenprestatie in mindering mogen worden gebracht op de liquidatiewaarde. Tevens werd vastgesteld dat de door eiseres gebruikte DCF-berekening niet autonoom was en niet los stond van het goedgekeurde rekenmodel, waardoor de voortzettingswaarde volgens het Besluit moest worden vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd maar dat correcties moesten worden toegepast op de belaste geconserveerde waarde. De navorderingsaanslag werd verminderd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De navorderingsaanslag schenkingsrecht wordt verminderd tot € 564.704 en de uitspraak op bezwaar vernietigd.