ECLI:NL:GHLEE:2012:BV6798
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over conserverende navorderingsaanslag schenkingsrecht bij bedrijfsopvolging
Belanghebbende ontving een conserverende navorderingsaanslag schenkingsrecht in verband met de ontbinding van een maatschap en de overdracht van een onderneming met activa en passiva. De Inspecteur had de aanslag gebaseerd op een lagere geconserveerde waarde, waarbij de overgenomen langlopende schulden niet als tegenprestatie werden erkend.
De Rechtbank had de aanslag verminderd, maar het Hof vernietigt deze uitspraak en de navorderingsaanslag. Het Hof oordeelt dat de overgenomen langlopende schulden als tegenprestatie in de zin van artikel 7c Uitvoeringsregeling Successiewet moeten worden beschouwd, omdat anders economisch gelijke gevallen fiscaal ongelijk worden behandeld.
Het Hof stelt dat de latente belastingclaim eveneens als tegenprestatie moet worden aangemerkt, maar ook als dat niet zo is, leidt dat niet tot een belast geconserveerde waarde. De Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.
Tegen dit arrest staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling en de waardering van passiva bij schenking van ondernemingsvermogen.
De zaak betreft complexe fiscale waarderingsvraagstukken rond artikel 35b en 35c Successiewet 1956 en de toepassing van artikel 7c Uitvoeringsregeling Successiewet 1956.
Uitkomst: De conserverende navorderingsaanslag wordt vernietigd en de overgenomen langlopende schulden worden als tegenprestatie aangemerkt.