ECLI:NL:RBLEE:2012:BV6415
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling OZB voor schiphuis; dwangsom wegens niet tijdig beslissen toegekend
Eiser, eigenaar en gebruiker van een schiphuis met inpandige garage, maakte bezwaar tegen de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB) 2010 opgelegd door de gemeente Súdwest Fryslân. Hij stelde primair dat de gemeente niet bevoegd was de aanslag op te leggen, subsidiair dat de verordening niet correct was gepubliceerd, en meer subsidiair dat het schiphuis vrijgesteld moest zijn vanwege recreatief gebruik of als woning gekwalificeerd moest worden. Tevens werd gesteld dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur waren geschonden en dat verweerder een dwangsom had verbeurd wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente Súdwest Fryslân rechtsopvolger is van de gemeente Sneek en dat de verordening tijdig en rechtsgeldig was gepubliceerd, ondanks een kleine schrijffout in de datum. Het schiphuis werd niet als woning aangemerkt omdat het elementaire voorzieningen ontbeerde en het gebruik niet hoofdzakelijk woonachtig was. Ook werd geoordeeld dat het stallen van een schip en parkeren van een auto geen recreatief gebruik vormt dat recht geeft op vrijstelling. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur werden niet geschonden en het beroep op het vertrouwensbeginsel en evenredigheidsbeginsel faalden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een dwangsom van €550 aan eiser verschuldigd is wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag OZB gehandhaafd, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Vergoeding van taxatiekosten werd afgewezen.
Uitkomst: De aanslag OZB wordt gehandhaafd, maar verweerder verbeurt een dwangsom van €550 wegens niet tijdig beslissen.