ECLI:NL:RBLEE:2012:BW5758
Rechtbank Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen curator over doorstart en onderhandelingen in faillissement Welsec
In deze zaak stond een hoger beroep ex artikel 67 Faillissementswet Pro centraal tegen een beschikking van de rechter-commissaris die het verzoek van schuldeiser HHI om de curator te verplichten met haar te onderhandelen over de doorstart van de gefailleerde vennootschap Welsec had afgewezen.
HHI stelde dat zij een 'right of last refusal' had en het beste bod kon uitbrengen, met betere voorwaarden voor werknemers en schuldeisers dan de andere gegadigde [A]. De curator betwistte dit recht en stelde dat hij HHI had geïnformeerd en dat er geen sprake was van een formeel recht. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een dergelijk recht, maar dat de curator onvoldoende transparantie en zorgvuldigheid in de biedingsprocedure had betracht.
De rechtbank constateerde dat de curator onvoldoende bereikbaar was, onvoldoende informatie gaf over het biedingsproces en dat de koopovereenkomst met [A] zonder toestemming van de rechter-commissaris en zonder instemming van de pandhouder ABN-AMRO bank was gesloten. Ook was de rechtspositie van werknemers verslechterd bij [A]. Daarom beveelt de rechtbank de curator opnieuw te onderhandelen met HHI en vernietigt de beschikking van de rechter-commissaris op dit punt.
Het verzoek om de curator te verbieden een overeenkomst te sluiten met [A] werd afgewezen omdat de koopovereenkomst rechtsgeldig was gesloten, maar door de opschortende voorwaarde van toestemming van de rechter-commissaris en het ontbreken van instemming van de ABN-AMRO bank was deze overeenkomst nog niet uitvoerbaar. De rechtbank weegt in haar oordeel de belangen van schuldeisers, werknemers en de boedel mee.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de curator opnieuw te onderhandelen met HHI en vernietigt de beschikking van de rechter-commissaris op dat punt, maar wijst het verbod op het sluiten van een overeenkomst met [A] af.