ECLI:NL:RBLEE:2012:BW6247
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing wettelijke vereffening nalatenschap wegens gebrek aan baten
De kantonrechter heeft op verzoek van een erfgename, handelend namens alle erfgenamen, de situatie van de nalatenschap van de overleden erflaatster beoordeeld. De nalatenschap vertoonde een negatief saldo van minstens €12.000, terwijl slechts een klein bedrag op de bankrekening stond. Verzoekster vroeg om kosteloze vereffening van de nalatenschap en opheffing van de vereffening vanwege de geringe waarde van de baten.
De kantonrechter overwoog dat de wettelijke vereffening primair is ingesteld ter bescherming van schuldeisers en dat de wettelijke regeling voorschriften bevat voor openbaarmaking en schuldeisersbescherming. Echter, als de baten ontoereikend zijn om de kosten te dekken, is voortzetting van de vereffening niet zinvol en kan opheffing worden bevolen.
De kantonrechter oordeelde dat de wettekst van artikel 4:209 BW Pro geen ruimte biedt om in één beschikking zowel kosteloze vereffening als opheffing te bevelen, omdat dat zou leiden tot een oneigenlijk gebruik van de kosteloze vereffening. Daarom wees hij het verzoek tot kosteloze vereffening af en besloot tot opheffing van de vereffening.
Daarnaast stelde de kantonrechter de vereffeningskosten van €1.606,50 vast en bepaalde dat deze ten laste van de boedel komen. Tot slot werd afgezien van publicatie van de opheffing in de Staatscourant, aangezien er geen door de rechter benoemde vereffenaar is.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van de wettelijke vereffening wordt toegewezen en verzoek tot kosteloze vereffening afgewezen.