ECLI:NL:RBLEE:2012:BW8004
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter wijst verzoek werknemer tot ontbinding arbeidsovereenkomst af wegens onvoldoende gewichtige redenen
Werknemer is sinds 1999 in dienst bij WAA en vervult de functie van directievoerder/toezichthouder. WAA wil reorganiseren en heeft een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV wegens bedrijfseconomische omstandigheden, waarbij de functie van werknemer komt te vervallen.
Werknemer verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verandering in omstandigheden, omdat zijn functie is opgeheven en hij niet meer bij nieuwe projecten wordt betrokken. Hij stelt dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst feitelijk onmogelijk is en dat WAA geen marktconforme vergoeding biedt.
WAA betwist dat er zodanige veranderingen zijn die ontbinding rechtvaardigen en verwijst naar het arrest Van Hooff Elektra versus Oldenburg Pekel, waarin de Hoge Raad oordeelde dat een ontbindingsverzoek in een opzegtermijn slechts kan slagen bij een extra gewichtige reden.
De kantonrechter oordeelt dat werknemer onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de omstandigheden zodanig zijn veranderd dat ontbinding billijk is. Werknemer verricht nog werkzaamheden, is bereid deze voort te zetten en de arbeidsverhouding wordt als goed beoordeeld. De aanvraag van de ontslagvergunning door WAA bij het UWV vormt geen grond voor ontbinding.
Het verzoek wordt afgewezen en proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek van werknemer tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende gewichtige redenen.