ECLI:NL:HR:2009:BJ9069
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst en misbruik van opzegbevoegdheid bij tweede opzegging
De zaak betreft een arbeidsovereenkomst tussen een verkoopmedewerkster en haar werkgever, waarbij de werkgever de arbeidsovereenkomst op grond van bedrijfseconomische redenen heeft opgezegd. Na toestemming van het CWI werd de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2009 opgezegd (eerste opzegging). De werknemer startte een ontbindingsprocedure bij de kantonrechter.
De werkgever bracht vervolgens een tweede opzegging uit, met een eerdere einddatum (1 december 2008), zonder instemming van de werknemer en zonder inachtneming van de opzegtermijn. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 29 december 2008 en kende een vergoeding toe. Het hof verwierp het hoger beroep van de werkgever en oordeelde dat de tweede opzegging geen rechtskracht heeft wegens misbruik van bevoegdheid.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat de arbeidsovereenkomst na de eerste opzegging voortduurt tot de opzegdatum, en dat ontbinding op grond van art. 7:685 BW Pro alleen effect kan hebben tot die datum. De tweede opzegging, gericht op het blokkeren van de ontbindingsprocedure, was onrechtmatig en had geen rechtskracht. Het beroep van de werkgever werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werkgever wordt verworpen; de tweede opzegging is misbruik van bevoegdheid en heeft geen rechtskracht.