ECLI:NL:RBLEE:2012:BY0814
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering wegens geen opvolgend werkgeverschap na contractswissel
De werkneemster was in dienst bij Connexxion tot 31 maart 2008 en trad per 1 april 2008 in dienst bij Wolters, die het WMO-vervoer overnam van Connexxion. Zij vorderde loonbetaling en erkenning van opvolgend werkgeverschap op grond van artikel 7:668a lid 2 BW. De kantonrechter volgde aanvankelijk deze subsidiaire grondslag, maar het hof vernietigde dit oordeel en wees de vordering af. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel in een arrest van 11 mei 2012.
In de bodemprocedure handhaafde de werkneemster haar standpunt, stellende dat het arrest van de Hoge Raad niet strookt met de doelstelling van de wet en eerdere jurisprudentie. De kantonrechter verwierp deze argumenten uitvoerig, stellende dat opvolgend werkgeverschap niet kan worden aangenomen omdat Wolters en Connexxion concurrenten zijn zonder relevante organisatorische banden, en Wolters geen activa van Connexxion heeft overgenomen.
De kantonrechter oordeelde dat het enkel verrichten van dezelfde werkzaamheden onvoldoende is voor opvolgend werkgeverschap. De vordering van Wolters tot terugvordering van teveel betaald loon werd eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Beide partijen werden veroordeeld in hun proceskosten, met een geringe vergoeding aan de zijde van de werkneemster.
Uitkomst: De loonvordering van de werkneemster wordt afgewezen wegens ontbreken van opvolgend werkgeverschap; de terugvordering van teveel betaald loon door Wolters wordt eveneens afgewezen.