ECLI:NL:RBLIM:2013:1161
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning vanwege onvoldoende gemotiveerd ongeloofwaardig asielrelaas
Eiseres, een Iraanse vrouw, diende een tweede aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, nadat haar eerste aanvraag was afgewezen wegens een ongeloofwaardig asielrelaas. De rechtbank had de eerste afwijzing vernietigd, maar het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak was nog niet beslist.
Bij het bestreden besluit werd de tweede aanvraag afgewezen omdat verweerder oordeelde dat eiseres geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd, met name achtte hij haar bekering tot de Pinkstergemeente ongeloofwaardig. Eiseres stelde dat haar bekering wel degelijk een nieuw feit was en onderbouwde dit met documenten en getuigenverklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de bekering als nieuw feit moest worden beschouwd en verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom deze ongeloofwaardig zou zijn. De getuige-deskundige legde uit dat een radicale bekering binnen twee maanden kan plaatsvinden en dat deelname aan een Alpha-cursus losstaat van de doop.
Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig voorbereid en ontbrak een deugdelijke motivering, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen, waarbij ook andere relevante omstandigheden in acht moeten worden genomen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerd ongeloofwaardig oordeel over de bekering van eiseres.