ECLI:NL:RVS:2011:BR5419
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bewijs vervolgingsgevaar Syrië
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen op grond van onvoldoende bewijs dat hij bij terugkeer naar Syrië een reëel risico loopt op vervolging vanwege zijn homoseksualiteit en Koerdische afkomst.
De voorzieningenrechter had het besluit van de minister vernietigd, stellende dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling geen gegronde vrees voor vervolging zou hebben. De minister ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Syrische autoriteiten op de hoogte zijn van zijn seksuele geaardheid, mede omdat hij na het incident met buurtvrienden nog meerdere weken zonder problemen bij zijn ouders verbleef. Ook is onvoldoende bewijs geleverd voor een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
Verder werd geoordeeld dat de afwijzing van de asielaanvraag binnen de Algemene Asielprocedure niet in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar.