Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ
[gedaagde],
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
MOTIVERING
de vordering van CZ
Rechtbank Limburg
CZ, een ziektekostenverzekeraar, vordert betaling van onbetaalde premies uit 2008 van [gedaagde]. De vordering betreft zowel basis- als aanvullende verzekeringspremies, met een totaal van €369,10. CZ stelt dat ondanks herhaalde aanmaningen geen betaling is ontvangen, en vordert daarnaast incassokosten en wettelijke rente.
[gedaagde] erkent niet de juistheid van het bedrag, maar betwist de wijze van vordering en de extra kosten, mede omdat eerder loonbeslag was gelegd. De rechtbank constateert dat CZ het exploot van dagvaarding onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt, waardoor de vordering en onderbouwing onvolledig zijn. Tevens is de vordering sterk verouderd, wat leidt tot een beroep op redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank wijst de nevenvorderingen van incassokosten en rente af vanwege het ontbreken van een concrete verzuimdatum voorafgaand aan de dagvaarding. Van de hoofdsom wordt slechts de helft (€185,00) toegewezen. Proceskosten worden gecompenseerd, zodat partijen elk hun eigen kosten dragen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de helft van de hoofdsom toe en wijst incassokosten en rente tot dagvaarding af.