Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[eiser],
[gedaagde],
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
MOTIVERING
het geschil
Rechtbank Limburg
Eiser vorderde betaling van schadevergoeding van de ex-bestuurder en vereffenaar van een ontbonden stichting die een golfbaanproject nastreefde. Hij stelde dat er een mondelinge overeenkomst was en dat de bestuurder tekortgeschoten was in zijn verplichtingen.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aanwijzingen bestonden voor het bestaan van een bindende overeenkomst of onrechtmatig handelen. Ook als vereffenaar had de gedaagde niet tekortgeschoten, mede omdat er geen vordering van eiser op de boedel was gebleken.
De procedure was niet geschikt voor het honoreren van het verzoek tot ontslag als vereffenaar van gedaagde. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens gebrek aan feitelijke grondslag en onvoldoende bewijs voor contractuele verplichting of onrechtmatige daad.