Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- Op 25 november 2011 om 07:30 uur wordt [verdachte 6] voor het eerst gehoord in België. Volgens hem is er één schutter en is er niet op het hoofd geschoten. Aan het eind van die verklaring denkt hij dat er toch een tweede schutter is geweest.
- Tijdens het tweede verhoor van die dag is hij zeker van de tweede schutter en is er een genadeschot in het hoofd gegeven;
- Op 9 januari 2012 verklaart [verdachte 6] bij de onderzoeksrechter in Tongeren. Van dit verhoor heeft [verdachte 6] meerdere keren gezegd dat hij zich toen uitstekend voelde en dat wat hij daar gezegd heeft de volledige waarheid was. Er was een tweede schutter, maar hij weet niet wie dat was. Hij heeft alleen Els zien schieten;
- Op 7 maart 2012 vindt het tweede verhoor van [verdachte 6] in Nederland plaats. Hij verklaart dan voor de eerste keer dat [verdachte 1] de doorgang voor [slachtoffer 2] zou hebben versperd zodat deze niet kon vluchten. Hij en [slachtoffer 2] zijn samen naar de gang gelopen en daar zijn ze samen ten val gekomen. Over het genadeschot weet hij dan enkel te vertellen dat hij “dat dempergeluid hoorde en toen lag [voornaam slachtoffer 2] stil”.
- Op 4 maart 2013 verklaart [verdachte 6] dat hij en [slachtoffer 2] al in de woonkamer zijn gevallen. Met betrekking tot het genadeschot weet [verdachte 6] nu: “Het wapen werd op een halve meter van het hoofd van [voornaam slachtoffer 2] gehouden en een mannenhand had het wapen vast. Die was zeer beslist. Direct na het schot was [voornaam slachtoffer 2] stil”.
terwijlhij niet gezien zou hebben wie dan de schutter is. Het is al moeilijk voorstelbaar dat hij vóór het afvuren van het schot niet ziet van wie die hand is, maar dat hij ook na het schot niet gekeken zou hebben wie er dan geschoten heeft is voor de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig.
- Heeft [verdachte 2] op [slachtoffer 2] geschoten?
- Is [slachtoffer 2] daardoor overleden of was er wellicht nog een rol voor anderen?
- Is er geschoten in een opwelling (= doodslag) of was er sprake van zogenaamd “kalm beraad en rustig overleg” (= moord)?
op 6 augustus 2012 in haar woning in [woonplaats], Duitsland, de kamer is ingelopen waar
4.De strafbaarheid
5.De strafoplegging
6.De wettelijke voorschriften
7.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging
- meermalen, althans eenmaal met een vuurwapen op die [slachtoffer 2] geschoten en/of
- heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) een in werking zijnd(e) stroomstootwapen/paralyser in de nek, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] gehouden en aldus die [slachtoffer 2] meerdere althans één stroomst(o)t(en) toegediend en/of
- heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) het/een vuurwapen van die [slachtoffer 2] afgepakt, althans hem het/een vuurwapen afhandig gemaakt en/of
- heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) die [slachtoffer 2] naar de grond gewerkt en/of tegengehouden toen hij wilde vluchten,