Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
. [2] Zij stelt ter zake achterstallige huurgelden (liggeld) een bedrag van € 798.786,00 tegoed te hebben van de eigenaresse van het schip. Ter zake deze vordering wordt retentierecht uitgeoefend op de “[naam schip]”. Bij brief van 3 juli 2006 [3] wordt de claim van het retentierecht nog eens herhaald en wordt een specificatie van de vordering verstrekt. In een andere brief van 3 juli 2006 licht verdachte een en ander nog nader toe. [4]
.
4.De strafbaarheid
5.De strafoplegging
6.De wettelijke voorschriften
7.De beslissing
2 primairtenlastegelegd feit;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
- verklaart verdachte strafbaar;
tot een geldboete van € 20.000,00.