Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
2.Het geschil
"3. Finovion neemt [eiser] in dienst voor 6 maanden, t/m 31 augustus 2012"en
Rechtbank Limburg
Partijen sloten een samenwerkingsovereenkomst die volgens de kantonrechter alle elementen van een arbeidsovereenkomst bevatte. Eiser vorderde betaling van loon over augustus 2012, wettelijke rente, wettelijke verhoging en incassokosten.
Gedaagde stelde dat de loonbetaling over augustus 2012 reeds was voldaan door een eerdere opname van een bedrag dat over zes maanden gebruteerd zou worden. Eiser betwistte dit niet. De kantonrechter volgde deze uitleg en stelde vast dat de loonvordering onvoldoende feitelijk en juridisch was onderbouwd.
De kantonrechter wees de loonvordering en nevenvorderingen af en veroordeelde eiser in de proceskosten. De procedure toonde dat de feitelijke betaling reeds had plaatsgevonden en dat er geen recht op aanvullende loonbetaling bestond.
Uitkomst: De loonvordering over augustus 2012 wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en eerdere betaling.