ECLI:NL:RBLIM:2013:5523
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op verzoeken tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid in civiele procedure
In deze zaak heeft verzoeker twee verzoeken tot wraking ingediend tegen dezelfde rechter in lopende civiele procedures. Het eerste verzoek, ingediend op 22 juli 2013, betrof vermeende partijdigheid tijdens een comparitie op 2 juli 2013, maar werd door de wrakingskamer als niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek te laat was ingediend en dezelfde gronden betroffen als eerder beoordeelde wrakingsverzoeken.
Het tweede verzoek, ingediend op 23 juli 2013, betrof de toelating door de rechter van een akte aan de wederpartijen, wat volgens verzoeker verder ging dan het enkel overleggen van een fax. Dit verzoek werd ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk afgewezen omdat de rechter volgens de wrakingskamer geen vooringenomenheid toonde en de procedure op correcte wijze voortzette.
De wrakingskamer oordeelde verder dat verzoeker misbruik maakte van het wrakingsrecht door herhaaldelijk dezelfde gronden aan te voeren zonder nieuwe feiten. Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek op dezelfde gronden niet in behandeling wordt genomen. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Limburg op 13 augustus 2013.
Uitkomst: Het eerste wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk, het tweede wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend verzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht.