Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 september 2013 in de zaak tussen
[eiser], te [Woonplaats eiser], eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel, verweerder
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [Belanghebbende], te[Woonplaats belanghebbende]
Procesverloop
Overwegingen
woonhuisen daarmee het recht om dit woonhuis als woning te gebruiken. Vanaf 1973 heeft de overleden echtgenoot van [Belanghebbende] in de woning gewerkt. Omdat, zoals ter zitting onbestreden gebleven is verklaard, de verbouwing lange tijd in beslag heeft genomen, zijn beiden daar pas eind 1977 definitief gaan wonen. Naar het oordeel van de rechtbank kan die situatie voor de toepassing van het overgangsrecht op één lijn worden gesteld met een situatie waarin het gebruik voor bewoning meteen een aanvang zou hebben genomen. Hieruit volgt dat de overtreding door artikel 3.08, derde lid, van het bestemmingsplan “Kernen” wordt gelegaliseerd. Verweerder was dan ook niet bevoegd daartegen handhavend op te treden. Het bestreden besluit komt dan ook wegens een motiveringsgesprek als bedoeld in artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor vernietiging in aanmerking. Het daartegen ingestelde beroep is om die reden gegrond.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 156,00 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.014,00, te betalen aan eiser.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 september 2013.