ECLI:NL:RVS:2004:AR4609
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.G. Drupsteen
- J. Fransen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen last onder dwangsom wegens overtreding opslagvoorschrift milieubeheer
Appellante kreeg op 15 juli 2003 een last onder dwangsom opgelegd door verweerder, het college van gedeputeerde staten van Zeeland, wegens overtreding van voorschrift 1.15 uit haar milieuvergunning. Dit voorschrift bepaalt dat opslag van materialen niet hoger mag zijn dan de keerwanden. Ten tijde van het besluit was opslag hoger dan toegestaan.
Appellante voerde aan dat de situatie tijdelijk was, dat zij verbeterde afzetmogelijkheden had en dat de overschrijding milieuhygiënisch geen problemen gaf door sproei-installaties. Ook stelde zij dat de provincie een zekere overschrijding zou accepteren en dat het voorschrift in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Verweerder handhaafde het besluit en stelde dat het voorschrift noodzakelijk was om stofhinder te voorkomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestuursorgaan in redelijkheid tot oplegging van de last onder dwangsom kon besluiten, omdat het voorschrift onherroepelijk was en het sproeien onvoldoende toereikend was om stofhinder te voorkomen. Er was geen concreet uitzicht op legalisatie en de vermeende toezegging gaf geen recht op vertrouwen. Ook was de last voldoende duidelijk geformuleerd en stond de hoogte van de dwangsom in redelijke verhouding tot het belang.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van het opslagvoorschrift wordt ongegrond verklaard.