Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ
[gedaagde],
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
MOTIVERING
het geschil
Rechtbank Limburg
CZ, als ziektekostenverzekeraar, vordert van de verzekerde betaling van € 492,60, waaronder een hoofdsom van € 422,40 en incassokosten en wettelijke rente. De vordering is gebaseerd op achterstallige zorgpremies over januari tot april 2013. De verzekerde erkent een schuld, maar betwist de hoogte en kan niet ineens betalen.
De kantonrechter constateert dat CZ onvoldoende inzicht geeft in de feitelijke grondslag van de vordering, met name ontbreekt een concrete datum van betalingsverzuim en een duidelijke specificatie van de bedragen. Hierdoor kan de rechter de nevenvorderingen van incassokosten en rente tot de dag van dagvaarding niet toewijzen.
De hoofdsom van € 422,40 wordt toegewezen met rente vanaf de dagvaarding. De verzekerde wordt aangespoord afspraken te maken over betaling in termijnen. Vanwege gebrekkige onderbouwing van de nevenvorderingen worden deze afgewezen en worden de proceskosten gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door kantonrechter H.W.M.A. Staal te Maastricht.
Uitkomst: Hoofdsom van €422,40 met rente toegewezen, incassokosten en rente tot dagvaarding afgewezen, proceskosten gecompenseerd.