ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ0206
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing huurachterstand op particuliere borgtocht zonder maximumbedrag
Eiseres vordert betaling van huurachterstanden en bijkomende kosten van gedaagde, die zich borg heeft gesteld voor haar zoon bij een huurovereenkomst. De borgtocht betreft een particuliere borgtocht zoals bedoeld in artikel 7:857 BW Pro.
De rechtbank stelt vast dat op grond van het dwingendrechtelijk bepaalde in artikel 7:858 lid 1 BW Pro ofwel het bedrag van de verbintenis moet vaststaan, ofwel een maximumbedrag moet zijn overeengekomen met de borg. In deze zaak is alleen de huurpenning van € 615 per maand bepaald, wat het bedrag van de verbintenis vaststelt.
Daarom wordt de huurachterstand over de maanden april, mei en juni 2012, totaal € 1.845, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten van € 357 en wettelijke rente toegewezen. De overige gevorderde kosten, zoals herstelkosten en juridische bijstand, worden afgewezen omdat eiseres niet heeft gesteld dat hierover een maximumbedrag is overeengekomen.
Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, die begroot zijn op € 836,17. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is gewezen door kantonrechter J.R. Sijmonsma.
Uitkomst: De rechtbank wijst de huurachterstand en incassokosten toe, maar wijst overige kosten af wegens ontbreken van een overeengekomen maximumbedrag.