ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ0432
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaar tegen DNA-afname minderjarige veroordeelde wegens bijzondere omstandigheden
De minderjarige veroordeelde werd op 25 juni 2012 door de kinderrechter veroordeeld voor openlijk geweld plegen en kreeg een leerstraf en werkstraf opgelegd. Op 2 oktober 2012 werd door de officier van justitie bevolen celmateriaal af te nemen voor DNA-onderzoek. Namens de veroordeelde werd aangevoerd dat vanwege haar jeugdige leeftijd, het incidentele karakter van het delict en het succesvolle afronden van de leerstraf, het afnemen van DNA disproportioneel en onrechtvaardig is.
De rechtbank overweegt dat de wet geen generieke uitzondering voor minderjarigen kent, maar dat bijzondere omstandigheden een uitzondering kunnen rechtvaardigen. De leerstraf richtte zich op het omgaan met emoties, de oorzaak van het delict, en de rapportage geeft aan dat het recidiverisico nu zeer gering is. De moeder bevestigde dat de veroordeelde sinds de straf beter functioneert.
Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank het bepalen en opslaan van het DNA-profiel disproportioneel en verklaart het bezwaar gegrond. De officier van justitie wordt bevolen het afgenomen celmateriaal te vernietigen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de DNA-afname wordt gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal wordt vernietigd.