ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ1480
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Intrum Justitia wegens onvoldoende onderbouwing cessie en betalingsverzuim
Intrum Justitia vordert betaling van een bedrag van €1.163,57 van gedaagde, gebaseerd op een zogenaamd gekochte vordering van Vodafone uit een telefonieovereenkomst. Intrum stelt dat zij gerechtigd is tot deze vordering, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Gedaagde betwist de vordering en voert aan dat Vodafone fouten maakte in de facturatie en dat hij maandenlang betaalde voor niet geleverde diensten.
De rechtbank oordeelt dat Intrum onvoldoende heeft toegelicht dat zij daadwerkelijk een recht op naam (cessie) van Vodafone heeft verkregen. De koop van een vordering maakt Intrum niet automatisch eigenaar van die vordering tegenover gedaagde. Daarnaast heeft Intrum nagelaten om inhoudelijk aan te tonen dat gedaagde in betalingsverzuim is geraakt, wat noodzakelijk is voor het recht op rente en kosten.
Daarmee faalt de vordering van Intrum en wordt deze afgewezen. Intrum wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van gedaagde, vastgesteld op €25,00. Het vonnis wordt direct uitvoerbaar verklaard wat betreft de kostenveroordeling.
Uitkomst: De vordering van Intrum Justitia wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van cessie en betalingsverzuim.