ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ9972
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst bij slapende dienstbetrekking met gedeeltelijke verwijtbaarheid werkgever en werknemer
De werknemer was sinds 1999 bij de werkgever in dienst, laatstelijk als directeur met een arbeidsovereenkomst die sinds 2008 slapend was vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid en een nietig verklaarde opzegging tijdens ziekte. De werkgever had de arbeidsovereenkomst opgezegd tijdens ziekte, wat door de rechter nietig werd verklaard. Sindsdien werd geen loon betaald en werd geen arbeid verricht.
De werknemer ontving een WAO-uitkering en was volledig arbeidsongeschikt, terwijl de werkgever geen re-integratieverplichtingen nakwam. Het UWV weigerde toestemming voor opzegging vanwege het ontbreken van voldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever. Beide partijen droegen verwijtbaarheid aan de ontstane situatie.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst ontbonden moet worden met ingang van 1 mei 2013 en kende een vergoeding van €20.000 toe aan de werknemer, rekening houdend met de gedeelde verantwoordelijkheid. De werknemer kreeg de mogelijkheid om het verzoek tot ontbinding binnen een termijn in te trekken, waarbij proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 mei 2013 en een vergoeding van €20.000 bruto wordt toegekend.