ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ9981
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Sluiting café met bovenwoning wegens handel in softdrugs volgens artikel 13b Opiumwet
Bij besluit van 21 oktober 2012 heeft de burgemeester van Venlo het pand, bestaande uit een café met bovenwoning, gesloten voor de duur van één jaar op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege handel in softdrugs. De sluiting volgde op politierapportages waaruit bleek dat vanuit het café en de bovenwoning stelselmatig softdrugs werden verhandeld en aanwezig waren.
Eiser stelde dat de sluiting disproportioneel was en dat de aangetroffen hoeveelheden softdrugs deels voor eigen gebruik waren. Tevens voerde hij aan dat hij geen kennis had kunnen nemen van het proces-verbaal voorafgaand aan het besluit. De rechtbank oordeelde dat eiser tijdens de bezwaarprocedure wel degelijk alle relevante stukken heeft kunnen inzien en dat de aantoonde handel in grote hoeveelheden softdrugs een dringend geval vormde dat sluiting zonder waarschuwing rechtvaardigde.
De rechtbank hield rekening met het beleid van de burgemeester en de richtlijnen van het Openbaar Ministerie, waarbij handel boven 5 gram softdrugs als een ernstige overtreding wordt gezien. De rechter vond dat de sluiting voor de duur van één jaar proportioneel was, ook gelet op het ontbreken van bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van het café met bovenwoning wegens handel in softdrugs wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.