ECLI:NL:RBLIM:2013:CA0961
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Ontruiming en betaling huurachterstand bedrijfsruimte met afhankelijke woonruimte
In deze kortgedingprocedure vorderen de eigenaars van een bedrijfs- en woonruimte aan de huurder betaling van een aanzienlijke huurachterstand en ontruiming van het pand. De eigendom van het pand is op 7 december 2012 overgegaan op de eisers, die daarmee rechtsopvolgers zijn van de vorige eigenaar. De huurder, [naam gedaagde partij 2], en diens echtgenoot, [naam gedaagde partij 1], exploiteerden een snackbar in het pand.
De eisers stellen dat de huur sinds december 2012 niet volledig is betaald en vorderen betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente en ontruiming binnen acht dagen. De gedaagden betwisten medehuur van de echtgenoot en de hoogte van de huurprijs. De rechtbank oordeelt dat de echtgenoot niet als medehuurder kan worden aangemerkt omdat het huurrecht voor bedrijfsruimte geen overeenkomstige regeling kent als voor woonruimte.
De rechtbank veroordeelt [naam gedaagde partij 2] tot betaling van de huurachterstand en de huur vanaf april 2013 tot ontruiming, met wettelijke rente vanaf de 27e van elke maand. De ontruiming wordt bevolen binnen twee weken na betekening, met uitzondering van betwiste delen van de inventaris. De dwangsom wordt vastgesteld op € 500 per dag tot een maximum van € 5.000. De vordering tot betaling voor huur van een friteuse en buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde partij 2 wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand en ontruiming binnen twee weken, echtgenoot niet als medehuurder aangemerkt.