ECLI:NL:RBLIM:2013:CA0995
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot betaling premie ziektekostenverzekering wegens gebrek aan bewijs bevoegdheid inning
Turien & Co. vordert betaling van een openstaande premie ziektekostenverzekering van € 455,40 van [naam gedaagde partij], vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Turien stelt op te treden als gevolmachtigde van VGZ Zorgverzekeraar en baseert haar vordering op drie premienota’s. De gedaagde betwist de schuld en voert aan dat alle premies reeds zijn betaald, onderbouwd met bankafschriften. Tevens wordt bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de incassokosten.
De rechtbank beoordeelt dat Turien niet voldoende heeft aangetoond dat zij zelfstandig gerechtigd is tot inning van de premie. De overgelegde volmacht geeft slechts het recht om namens VGZ premies te ontvangen en vorderingen aan te spannen, maar geen zelfstandig vorderingsrecht. Er is geen bewijs van een delcrederebeding of een andere rechtsgrond die Turien een eigen vorderingsrecht geeft jegens de verzekerde.
Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt Turien veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de gedaagde. De rechtbank benadrukt dat Turien haar stelplicht en bewijsleveringsplicht niet adequaat heeft vervuld, waardoor haar vordering niet ontvankelijk is.
Uitkomst: Vordering tot betaling premie ziektekostenverzekering door Turien afgewezen wegens gebrek aan bewijs van bevoegdheid tot inning.