ECLI:NL:RBLIM:2013:CA2712
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige machtiging wegens ontbreken recent persoonlijk psychiatrisch onderzoek
De burgemeester van een gemeente gaf een last tot inbewaringstelling van betrokkene op grond van de Wet Bopz. De officier van justitie verzocht de rechtbank om zowel een machtiging tot voortzetting van deze inbewaringstelling als een voorlopige machtiging. De rechtbank behandelde de verzoeken op 30 mei 2013, waarbij betrokkene werd gehoord en bijgestaan door een advocaat en een psychiater.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling kon worden toegewezen, omdat betrokkene gevaarlijk gedrag vertoonde en er een stoornis van de geestvermogens was die dit gevaar veroorzaakte. Het gevaar was onmiddellijk dreigend en kon niet buiten een psychiatrisch ziekenhuis worden afgewend.
Het verzoek om een voorlopige machtiging werd echter afgewezen. De geneeskundige verklaring waarop dit verzoek was gebaseerd, was opgesteld door een psychiater die betrokkene niet recent persoonlijk had onderzocht, maar op basis van eerdere rapportages en overleg met een geneesheer-directeur. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, die vereisen dat een persoonlijk onderzoek door een onafhankelijke psychiater noodzakelijk is, behalve in noodsituaties.
Daarom voldeed de verklaring niet aan de wettelijke en verdragsrechtelijke eisen, en werd het verzoek om voorlopige machtiging afgewezen. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open binnen drie maanden.
Uitkomst: Verzoek voorlopige machtiging afgewezen wegens ontbreken recent persoonlijk psychiatrisch onderzoek, verzoek voortzetting inbewaringstelling toegewezen.