ECLI:NL:RBLIM:2013:CA2793
Rechtbank Limburg
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten rechtsbijstand na niet-ontvankelijkverklaring strafzaak bekende Nederlander
Verzoeker, een bekende Nederlander, vroeg vergoeding van kosten rechtsbijstand en andere gemaakte kosten in een strafzaak die eindigde zonder strafoplegging doordat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank beoordeelde de redelijkheid van de gevorderde kosten, waarbij zij rekening hield met de complexiteit van de zaak, de inzet van meerdere advocatenkantoren en de zakelijke belangen van verzoeker.
De rechtbank matigde de gevorderde kosten van de advocatenkantoren vanwege dubbeltellingen en relatief hoge uurtarieven, en wees kosten af die niet direct verband hielden met de strafzaak, zoals kosten van media-overleg en begeleiding die niet exclusief strafrechtelijk van aard was. Ook werd de BTW niet vergoed omdat de facturen aan een management BV waren gericht.
De rechtbank oordeelde dat de zaak niet zo complex was als door de verdediging gesteld, maar erkende de bijzondere omstandigheden door de bekendheid van verzoeker en de publiciteit rondom de zaak. Uiteindelijk stelde de rechtbank de vergoeding vast op € 38.754,80 en bepaalde dat deze ten laste van de Staat komt.
Uitkomst: Rechtbank kent gedeeltelijke vergoeding van € 38.754,80 toe voor kosten rechtsbijstand aan verzoeker na niet-ontvankelijkverklaring strafzaak.