ECLI:NL:RBLIM:2014:1221
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot opheffing van vereffening beneficiaire nalatenschap wegens schuldenoverschrijding
De rechtbank Limburg heeft op 11 februari 2014 een beschikking gegeven op een verzoek tot opheffing van de vereffening van een beneficiaire nalatenschap. De nalatenschap betreft de erfenis van een overledene die op 3 december 2011 is overleden. De drie verzoekers zijn de enige kinderen van de erflater en erfgenamen samen met de echtgenote, die de nalatenschap zuiver heeft aanvaard.
Uit de stukken blijkt dat de nalatenschap een onroerende zaak omvat die te koop staat voor €149.500, terwijl op deze onroerende zaak een hypotheekrecht rust met een openstaand bedrag van €288.271,41. De verzoekers stellen dat er verder geen baten in de nalatenschap zijn. De rechtbank stelt vast dat de verzoekers hebben voldaan aan de voorwaarden van artikel 4:199 lid 2 BW Pro, omdat de schulden de baten overtreffen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot opheffing van de vereffening toewijsbaar is, omdat uit de gegevens blijkt dat alleen de preferente crediteuren betaald kunnen worden. De vereffeningskosten worden vastgesteld op nihil. De griffier wordt opgedragen de opheffing in te schrijven in het boedelregister en de beschikking te publiceren op www.rechtspraak.nl. De vereffenaars worden ontheven van de wettelijke verplichting tot publicatie in de Staatscourant en nieuwsbladen.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van de vereffening van de nalatenschap wordt toegewezen omdat de schulden de baten overtreffen.