Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- een verzoekschrift met bijlagen (gericht aan de kantonrechter te Heerlen);
- een verweerschrift met bijlagen;
- de voorafgaand aan de zitting van 11 december 2013 nog nader ingebrachte stukken.
Rechtbank Limburg
De werknemer verzocht de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst op zo kort mogelijke termijn te ontbinden wegens gewichtige redenen. De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst reeds per 31 december 2013 was geëindigd na toestemming van het UWV WERKbedrijf vanwege bedrijfseconomische redenen.
De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk was geëindigd en dat het verzoek tot ontbinding daardoor niet langer actueel was. Ontbinding met terugwerkende kracht is niet mogelijk volgens artikel 7:685 BW Pro. De werknemer handhaafde zijn verzoek, maar dit kon niet leiden tot een andere uitkomst.
Daarnaast is de ontbindingsprocedure niet geschikt om aanspraken zoals achterstallig loon te vorderen. De kantonrechter wees het verzoek af en veroordeelde de werknemer tot betaling van de proceskosten van de werkgever.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst reeds is geëindigd met toestemming van het UWV.