Uitspraak
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;
- is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;
- zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;
- zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
4.De beoordeling van het bewijs
- ten hoogste tien jaren indien de vreemdeling een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde of de openbare veiligheid. Deze ernstige bedreiging kan blijken uit onder meer:
ernstiggevaar voor de openbare orde vormde. Hoewel verdachte voor onder andere een feit van de Opiumwet is veroordeeld, kan daaruit niet zonder meer worden afgeleid dat de tien jaars termijn van toepassing is. Nu uit de hoogte van de straf is af te leiden dat slechts sprake is van een strafbaar handelen van beperktere strekking en in overeenstemming daarmee de beschikking wel vermeldt dat er sprake is van een ‘ernstig’ gevaar, maar niet van een ‘zeer ernstig’ gevaar, ziet de rechtbank geen grondslag om de in de richtlijn gegeven uitgangstermijn van vijf jaar te verlengen.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De beslissing
- bepaalt dat het bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert;
- ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.