ECLI:NL:HR:2013:BZ3930
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- N. Jörg
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging strafoplegging wegens niet doorlopen terugkeerprocedure bij ongewenstverklaring vreemdeling
De zaak betreft een verdachte die op 18 augustus 2010 als vreemdeling in Nederland verbleef terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Deze verklaring was uitgevaardigd in 2008, vóór de implementatiedatum van de EU-terugkeerrichtlijn 2008/115/EG.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtskracht van een ongewenstverklaring die vóór de implementatiedatum van de richtlijn is uitgevaardigd, niet vervalt enkel omdat daarin geen duur is vermeld zoals vereist door de richtlijn. Indien een duur aan de verklaring zou moeten worden verbonden, moet deze worden berekend vanaf het moment dat de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten, wat in deze zaak niet het geval is.
Voorts stelt de Hoge Raad dat het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan een ongewenst verklaarde vreemdeling in strijd is met de richtlijn indien de terugkeerprocedure niet is doorlopen. De strafoplegging moet dus in overeenstemming zijn met de richtlijn, en de rechter moet zich ervan vergewissen dat de terugkeerprocedure is voltooid.
In deze zaak heeft het hof bij de strafoplegging geen blijk gegeven van een dergelijke vergewissing, waardoor de Hoge Raad de strafoplegging vernietigt en de zaak terugwijst voor hernieuwde berechting van de strafoplegging. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De strafoplegging wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging.