Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
de rechtspersoon naar buitenlands recht HOIST KREDIT AB,
[gedaagde],
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
MOTIVERING
het geschil (de vordering en het verweer)
Rechtbank Limburg
Hoist Kredit AB vorderde betaling van een gecedeerde vordering van Essent Retail Energie B.V. wegens onbetaalde voorschotten en eindafrekening voor levering van nutsvoorzieningen aan gedaagde. De dagvaarding was vaag, onvolledig en bevatte onware beweringen, waaronder het ontbreken van specificaties van de vordering, bewijs van betalingsverzuim en ontvangst van aanmaningen.
Gedaagde voerde verweer dat de vordering niet klopte en dat hij alle voorschotten had betaald. Ook stelde hij dat Essent het contract onterecht had opgezegd. Hoist kon de gestelde wanbetaling niet concreet onderbouwen en had niet voldaan aan de procesvereisten van artikelen 21, 85 en 111 Rv.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering onvoldoende feitelijke grondslag had en dat Hoist als professionele partij de procesregels in opvallende mate had geschonden. Gezien de geringe vordering en proceseconomische overwegingen werd de vordering direct afgewezen zonder herkansing.
Hoist werd veroordeeld tot betaling van € 25,00 aan proceskosten aan gedaagde, met een betalingstermijn die pas ingaat na opgave van een bankrekeningnummer door gedaagde.
Uitkomst: Vordering van Hoist wordt afgewezen wegens onvoldoende feitelijke grondslag en schending van procesregels; Hoist moet proceskosten aan gedaagde vergoeden.