Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
de rechtspersoon naar buitenlands recht HOIST KREDIT AB
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
MOTIVERING
het geschil (de vordering en het verweer)
Rechtbank Limburg
Hoist Kredit AB vordert betaling van een vordering uit energielevering die zij van Essent Retail Energie B.V. heeft verkregen door cessie. De vordering betreft een bedrag van €1.524,51 inclusief rente en incassokosten. Hoist presenteert zich als repeatplayer maar voldoet niet aan elementaire procesrechtelijke eisen en spreekt deels onwaarheid over het betwisten van de vordering door de gedaagde.
De gedaagde voert principieel verweer en betwist de vordering inhoudelijk, onderbouwd met correspondentie tussen Essent, Hoist, incassogemachtigde en een gemeentelijk consulent. De gedaagde stelt dat de energielevering aan het oude adres per november 2012 beëindigd had moeten worden en dat de facturen onjuist en onvoldoende toegelicht zijn. Ook betwist hij de cessie en het recht van Hoist om de vordering te innen.
De kantonrechter constateert dat Hoist onvoldoende bewijs levert, essentiële stukken en toelichtingen ontbreken, en dat Hoist onwaarheden verspreidt over het betwisten van de vordering. Daarnaast is de procesvoering van Hoist slordig en onzorgvuldig, wat leidt tot het oordeel dat de vordering niet toewijsbaar is. De vordering wordt daarom afgewezen en Hoist wordt veroordeeld in de proceskosten van €150 ten gunste van de gedaagde.
Uitkomst: De vordering van Hoist wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en gebrekkige procesvoering, met veroordeling in de proceskosten.