ECLI:NL:RBLIM:2014:5143
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende gewichtige redenen
Rendamax verzocht de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met [verweerder], werkzaam sinds 1999 als R&D Engineer, met onmiddellijke ingang te ontbinden wegens disfunctioneren en wantrouwen. De werkgever stelde dat [verweerder] herhaaldelijk ongeoorloofd afwezig was, onvoldoende meewerkte aan re-integratie en een slechte werkhouding had, met incidenten die teruggingen tot 2004.
De kantonrechter oordeelde dat de oudere incidenten uit 2004, 2005, 2006 en 2008 niet relevant zijn voor het huidige verzoek, aangezien [verweerder] tussen 2009 en 2011 kennelijk naar tevredenheid functioneerde. De relevante periode beperkt zich tot augustus 2012 tot december 2013, waarin sprake was van ziekteverzuim en vermeende weigering tot medewerking aan re-integratie.
Het niet naleven van ziekteverzuimregels en onvoldoende medewerking aan re-integratie rechtvaardigt volgens de kantonrechter eerder een loonsanctie dan ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Omdat eerdere sancties niet succesvol waren, betekent dit niet dat ontbinding nu gerechtvaardigd is. De kantonrechter kon ook niet oordelen over de geschilpunten rond achterstallig loon en inhoudingen op de eindafrekening.
Daarom wees de kantonrechter het verzoek af en veroordeelde Rendamax tot betaling van de proceskosten van €400 aan de zijde van [verweerder].
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens het ontbreken van gewichtige redenen.