Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- op 31 mei 2013, 3 juni 2013 en 6 juni 2013 respectievelijk € 365,00, € 850,00 en € 135,00 afkomstig van het bankrekeningnummer ten name van [slachtoffer 5];
- op 31 mei 2013 en tweemaal op 5 juni 2013 een bedrag van respectievelijk € 204,00,
- op 4 juni 2013 een bedrag van € 385,00 afkomstig van het bankrekeningnummer ten name van [slachtoffer 7];
- op 31 mei 2013 en 5 juni 2013 respectievelijk € 75,00 en € 193,72, beiden afkomstig van het bankrekeningnummer ten name van [slachtoffer 8];
- op 31 mei 2013 en 4 juni 2013 respectievelijk € 150,00 en € 72,00, beiden afkomstig van het bankrekeningnummer ten name van [slachtoffer 9];
- op 30 mei 2013, 3 juni 2013 en 4 juni 2013 respectievelijk € 148,50, € 100,00 en € 250,00, steeds afkomstig van het bankrekeningnummer ten name van
- op 30 mei 2013 en 7 juni 2013 respectievelijk € 234,58 en € 244,00, beide bedragen afkomstig van het bankrekeningnummer ten name van [slachtoffer 11];
- op 30 mei 2013 en 5 juni 2013 respectievelijk € 275,00 en € 244,00, beide bedragen afkomstig van het bankrekeningnummer ten name van [slachtoffer 12];
- op 30 mei 2013 en 31 mei 2013 respectievelijk € 85,34 en € 485,00, beide bedragen afkomstig van het bankrekeningnummer ten name van [slachtoffer 13];
- op 30 mei 2013 werd tweemaal respectievelijk € 137,45 en € 228,50, afkomstig van het bankrekeningnummer ten name van [slachtoffer 14]. Tot slot werd op 31 mei 2013 en 5 juni 2013 respectievelijk € 85,00 en € 185,00 afkomstig van ditzelfde bankrekeningnummer bijgeschreven op de bankrekening ten name van
- op 31 mei 2013 om 09.13 uur bij een geldautomaat van ABN AMRO bank te Geleen een bedrag van € 430,00 opneemt van bankrekeningnummer [rekeningnummer];
- op 31 mei 2013 om 02.29 uur bij een geldautomaat van ABN AMRO bank te Geleen een bedrag van € 70,00 opneemt van bankrekeningnummer [rekeningnummer];
- op 4 juni 2013 om 13.22 uur bij een geldautomaat van ABN AMRO bank te Geleen een bedrag van € 350,00 opneemt van bankrekeningnummer [rekeningnummer];
- op 4 juni 2013 om 08.34 uur bij een geldautomaat van ABN AMRO bank te Valkenburg een bedrag van € 150,00 opneemt van bankrekeningnummer [rekeningnummer];
- op 5 juni 2013 om 12.57 uur bij een geldautomaat van ABN AMRO bank te Valkenburg een bedrag van 500,00 euro opneemt van bankrekeningnummer [rekeningnummer];
- op 6 juni 2013 om 00.59 uur bij een geldautomaat van ABN AMRO bank te Valkenburg een bedrag van € 300,00 opneemt van bankrekeningnummer [rekeningnummer];
- op 7 juni 2013 om 02.54 uur bij een geldautomaat van ABN AMRO bank te Valkenburg een bedrag van € 400,00 opneemt van bankrekeningnummer [rekeningnummer].
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De oplegging van straf en maatregel
7.De benadeelde partij
€ 375,00
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
gevangenisstrafvan
18 maanden, waarvan
zes maanden voorwaardelijk;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van een
- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering, ook als dat inhoudt dat verdachte:
- zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij deze reclasseringsinstelling op het adres Het Bat 12, 6211 LX Maastricht of via telefoonnummer 043-35251541, en zich gedurende de proeftijd, op dagen en tijdstippen te bepalen door de reclassering, hier blijft melden, zolang de reclassering dit nodig acht en
- verplicht wordt zich op basis van een door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling te laten opnemen in een nader door het NIFP-IFZ te bepalen instelling voor forensische psychiatrie, een en ander gedurende maximaal een jaar, waarbij verdachte zich heeft te houden aan de aanwijzingen van de behandelaren en de reclassering zolang deze instelling en de reclassering dit noodzakelijk achten;
- draagt deze reclasseringsinstelling op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;
- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in haar vordering ten aanzien van de gevorderde schade ter zake van de posten “Gemiste huurpenningen”, “beschikking CJIB 16/05/2013” en “beschikking CJIB 02/05/2013”, met bepaling dat deze benadeelde partij haar vordering op deze onderdelen slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van voornoemde benadeelde partij toe tot het bedrag van € 849,96 ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van betaling te betalen aan de benadeelde partij;
- wijst af de resterende vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ten bedrage van € 178,50;
- legt aan de verdachte de verplichting op om ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1] voornoemd, aan de Staat te betalen een bedrag van
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] toe tot het bedrag van € 541,45 ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van betaling te betalen aan de benadeelde partij;
- wijst af de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor zover deze meer beloopt dan € 541,45;
- legt aan de verdachte de verplichting op om ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2] voornoemd, aan de Staat te betalen een bedrag van € 541,45 als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.
- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in haar vordering ten aanzien van de gevorderde schade ter zake van de posten “factuur huurauto” en “transactievoorstel” (4x), met bepaling dat deze benadeelde partij haar vordering op dat onderdeel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] toe tot het bedrag van € 120,00 ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van betaling te betalen aan de benadeelde partij;
- legt aan de verdachte de verplichting op om ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 4] voornoemd, aan de Staat te betalen een bedrag van € 120,00 als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.
- verklaart aan het verkeer onttrokken de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 22, 23, 24 en 38;
- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 3 tot en met 7, 13 tot en met 18, 20, 21, 25, 26, 28, 30 tot en met 32 en 34;
- gelast de teruggave aan de redelijkerwijs rechthebbende(n) van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 8 en 9;
- gelast de teruggave aan de verdachte van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 11 en 12, 27, 29, 33, 36 en 37.