ECLI:NL:HR:2006:AU6747
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor wederrechtelijke toe-eigening van gevonden creditcards
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld wegens wederrechtelijke toe-eigening van een Visa card en een Euro/Mastercard die niet op zijn naam stonden, maar die hij bij zijn fouillering in zijn portemonnee had. De kaarten waren gevonden, maar verdachte had dit niet gemeld aan de politie, terwijl hij daartoe gehouden was.
Het hof baseerde de bewezenverklaring op verklaringen van de verdachte, het proces-verbaal van de politie, inbeslagnamepapieren en aangifteformulieren van betrokken creditcardmaatschappijen die aangaven dat de kaarten gestolen waren en frauduleus gebruikt werden. Het hof concludeerde dat de verdachte zich de kaarten wederrechtelijk had toegeëigend.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof niet had gereageerd op zijn verweer dat er geen wederrechtelijke toe-eigening was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit verweer wel degelijk had betrokken bij zijn motivering. Het cassatieberoep faalde en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor wederrechtelijke toe-eigening.