ECLI:NL:RBLIM:2014:6785
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- A.W.P. Letschert
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestuurlijke boete wegens ontbreken tewerkstellingsvergunning voor gezinslid EU-burger
Eiseres, een in Nederland gevestigde werkgever, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het laten werken van een Turkse werknemer zonder tewerkstellingsvergunning. De werknemer is gehuwd met een Duitse EU-burger en woont in Duitsland. Eiseres betoogde dat op grond van artikel 23 van Pro de Verblijfsrichtlijn het gezinslid van de EU-burger in Nederland mocht werken zonder vergunning, mede onder verwijzing naar het vervallen artikel 11 van Pro Verordening 1612/68 en het Associatierecht.
De rechtbank oordeelde dat artikel 23 van Pro de Verblijfsrichtlijn het recht geeft aan gezinsleden om in de lidstaat van verblijf van de EU-burger te werken, maar niet in andere lidstaten waar de EU-burger werkt. Het vervallen artikel 11 van Pro de Verordening bood geen grond voor een ander oordeel. Ook het beroep op artikel 13 van Pro Besluit 1/80 van de Associatieraad faalde, omdat dit geen directe toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt verleent aan Turkse werknemers die niet legaal in Nederland verblijven.
De rechtbank concludeerde dat eiseres een tewerkstellingsvergunning had moeten hebben voor de werknemer en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de bestuurlijke boete wegens het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning wordt ongegrond verklaard.