ECLI:NL:RVS:2010:BN1166
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legesheffing bij verlenging verblijfsvergunning en toepassing artikel 13 besluit nr. 1/80
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die oordeelde dat de geheven leges van €331,00 voor de aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in strijd waren met artikel 13 van Pro besluit nr. 1/80. De vreemdeling beschikte op het moment van de aanvraag over een verblijfsvergunning die hem reeds in staat stelde arbeid te verrichten, maar wilde de beperking wijzigen om zijn verblijfsrechtelijke positie te versterken.
De Raad van State stelt vast dat artikel 13 van Pro besluit nr. 1/80 van toepassing is op de vreemdeling, ook al verrichtte hij op het moment van de aanvraag nog geen arbeid in loondienst, omdat hij kort daarna arbeid is gaan verrichten en dus als werkzoekende kan worden aangemerkt. De Raad verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie die bevestigt dat artikel 13 niet Pro beperkt is tot reeds werkzame Turkse staatsburgers.
De Raad oordeelt dat het heffen van leges op zich niet in strijd is met artikel 13, maar dat de hoogte van de geheven leges onevenredig is in vergelijking met het tarief voor gemeenschapsburgers. De staatssecretaris heeft dit erkend door de legesregeling met terugwerkende kracht aan te passen. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat de teveel betaalde leges van €301,00 aan de vreemdeling moeten worden terugbetaald.
De Raad verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens wordt de minister van Justitie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wordt griffierecht geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd waarbij de teveel geheven leges worden terugbetaald.