ECLI:NL:RBLIM:2014:7746
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter in kort geding wegens gebrek aan gegronde vrees voor partijdigheid
In een kort gedingprocedure diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de zaak behandelde, omdat hij twijfels had over de onpartijdigheid van de rechter vanwege diens vragen en de betrokkenheid van de rechtbank Limburg.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de wettelijke criteria voor wraking, waarbij werd vastgesteld dat wraking alleen mogelijk is bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de individuele rechter. Het verzoek strekte zich mogelijk uit tot het gehele rechterlijk college, wat niet mogelijk is.
De rechter had een processuele beslissing genomen door het verzoek tot aanhouding van de zaak af te wijzen, wat geen grond voor wraking vormt. Verzoeker heeft geen andere feiten of omstandigheden aangevoerd die een gegronde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
Verzoeker verscheen niet op de zitting voor de wrakingskamer, ondanks correcte oproeping. Daarom besloot de wrakingskamer ook dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker op dezelfde gronden niet in behandeling wordt genomen.
De wrakingskamer wees het verzoek tot wraking af en deed dit in een openbare zitting op 4 augustus 2014. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen en een volgend verzoek op dezelfde gronden wordt niet in behandeling genomen.