Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
De raadsvrouw heeft in dit verband gesteld dat het voor de verdachte niet voorzienbaar was dat [slachtoffer] door zijn klap ten val zou kunnen komen en dat een rol van betekenis toekomt aan het alcoholgebruik van [slachtoffer] zelf. [slachtoffer] had een fors alcoholpromillage in zijn bloed en dat zou er volgens de raadsvrouw debet aan kunnen zijn geweest dat hij zo hard is gevallen, terwijl die toestand van [slachtoffer] voor de verdachte niet waarneembaar was.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De oplegging van straf en/of maatregel
8.De benadeelde partij
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat de verdachte voor het einde van
stelt als algemene voorwaarde(n) dat de verdachte
- stelt als bijzondere voorwaarde(n) dat de verdachte
- zich gedurende het eerste jaar van de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de gecertificeerde instelling Bureau Jeugdzorg Limburg, afdeling Jeugdreclassering, zolang die instelling dat nodig vindt;
taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
40 dagen;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige in zijn vordering niet-ontvankelijk;
de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
1 dag jeugddetentie, met dien verstande dat de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij Y. [slachtoffer] vervalt en omgekeerd;
- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;
de kostendoor de benadeelde partij [slachtoffer] in het kader van deze procedure gemaakt, begroot op
€ 1.
302,
75, alsmede in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken.