Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
nietwilde invullen, terwijl ook getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij hoorde dat iemand riep “Je kunt niet zomaar wegrijden!” Bovendien heeft verdachte zelf bij de politie verklaard dat hij weg wilde om naar zijn zwager te gaan om te regelen dat deze zijn pleegkind ging ophalen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De oplegging van straf en maatregel
- de inhoud van het hem betreffende strafblad, waaruit blijkt dat hij niet eerder moet politie of justitie in aanraking is geweest;
- de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken, onder meer de leeftijd van verdachte en de omstandigheden dat de verdachte werk heeft en kostwinnaar is, schulden heeft en de zorg heeft over jonge (pleeg)kinderen.
7.De benadeelde partij
- reiskosten € 45,08
- kleding € 97,06
- vervanging voor werk € 1.639,49
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd.
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar.
- veroordeelt verdachte tot
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht,
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf, naar rato van twee uur per dag;
voorwaardelijke gevangenisstrafvoor de duur van
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van een proeftijd van drie jaren de
- stelt als
geldboetevan
€ 500,00bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van
10 dagen.
geldboetevan
€ 250,00bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van
5 dagen.
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot het bedrag van € 142,40 ter zake van materiële schade en € 250,00 ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van betaling te betalen aan de benadeelde partij;
- bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële en immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart de voornoemde benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering ten aanzien van de post “vervanging voor werk”, met bepaling dat de benadeelde partij haar vordering op dat onderdeel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering van voornoemde benadeelde partij af ten aanzien van de gevorderde immateriële schade voor zover deze meer beloopt dan € 250,00;
- legt aan de verdachte de verplichting op om ten behoeve van het slachtoffer
- bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële en immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.