Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
De voorvragen
onderhavigekasopstelling echter niet voor het bewijs gebruikt kan worden.
1.
op 23 september 2008 in de gemeente Maastricht opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5,3 gram heroïne en ongeveer 2,5 gram cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.
op 23 september 2008 in de gemeente Maastricht twee wapens van categorie I onder 7°, te weten een veerdruk-machinegeweer (lengte ca. 70 cm.) en een veerdrukpistool, zijnde voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonden met vuurwapens, voorhanden heeft gehad;
3.
op 23 september 2008 in de gemeente Maastricht twee spuitbussen pepperspray/ peppergas, te weten een spuitbus voorzien van de opschriften PRO TECT, Pfeffer-Spray, anti-dog, Enthält 3% Reizstoff Capsicum, Inhalt 40ml en een spuitbus voorzien van de opschriften ORIGINAL, COMMANDO INDUSTRIES, PEPPERGAS en PFEFFER ABWEHR SPRAY, zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende en/of traanverwekkende stoffen van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De oplegging van straf
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;