Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid
5.De strafoplegging
6.De benadeelde partijen
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- spreekt verdachte partieel vrij van het onder 1 primair tenlastegelegde;
- spreekt verdachte vrij van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten;
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
een gevangenisstraf van negen maanden;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat hij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 2] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] € 200,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] vervalt en omgekeerd;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;
benadeelde partij [slachtoffer 3], [adresgegevens slachtoffer 2] te betalen een bedrag van
€ 2.305,-(tweeduizend driehonderdvijf euro), bestaande uit
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat hij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 3] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] € 2.305,- te betalen, bestaande uit € 305,- materiële schade en € 2.000,- immateriële als voorschot, bij niet betaling te vervangen door
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] vervalt en omgekeerd;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen.