Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser sub 1],
[eiseres sub 2],
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure hebben eisers en gedaagde een minnelijke schikking getroffen waarbij gedaagde een bedrag van € 5.250 aan eisers zal betalen, waarna de zaak is doorgehaald. Eisers verzochten de kantonrechter vervolgens te beslissen over de kosten van het eerder gelaste voorlopig deskundigenbericht, waarvan de kosten van € 1.789,59 door ’s Rijks kas waren voorgeschoten.
Eisers vorderden dat gedaagde de helft van deze kosten zou dragen, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Rechtbank Amsterdam. Gedaagde stelde zich op het standpunt dat de deskundigenkosten onderdeel waren van de schikking en dat het bij het overeengekomen bedrag van € 5.250 moest blijven.
De kantonrechter overwoog dat uit de schikking blijkt dat ieder der partijen zijn eigen kosten draagt en dat er geen grond bestaat om gedaagde te veroordelen tot betaling van een deel van de deskundigenkosten. Dit onderscheidt de zaak van de aangehaalde Amsterdamse uitspraak. Daarom werd de vordering van eisers afgewezen en zijn zij veroordeeld tot betaling van de kosten aan de griffier.
Uitkomst: De vordering van eisers tot veroordeling van gedaagde in de helft van de kosten van het voorlopig deskundigenbericht is afgewezen en eisers zijn veroordeeld tot betaling van deze kosten aan de griffier.