Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, tevens vermeerdering van eis met producties
- de conclusie van dupliek in reconventie met één productie.
2.De feiten
3.Het geschil
- de arbeidsovereenkomst tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ‘vernietigt dan wel nietig verklaart’;
- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeelt tot terugbetaling van een bedrag van € 13.051,44 aan loon, vermeerderd met de wettelijke rente van 3% vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeelt tot betaling van de proceskosten.
- betaling - binnen twee dagen na betekening van een daartoe strekkend vonnis - van een bedrag van € 14.819,76 bruto aan loon, te vermeerderen met de (maximale) wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW Pro en de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
- betaling (evenzeer binnen deze tweedagentermijn) van een bedrag van € 757,60 bruto aan opgebouwde niet-genoten verlofdagen, te vermeerderen met de (maximale) wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW Pro en de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
- afgifte - binnen twee dagen na betekening van ook daartoe strekkend vonnis - van een gespecificeerd overzicht van bruto naar netto ter zake van de bedoelde bruto nabetalingen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] daarmee in gebreke blijft;
- vergoeding (evenzeer binnen deze tweedagentermijn) van een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2015;
- betaling van de proceskosten.