Uitspraak
Rechtbank Limburg
1.Het verloop van de procedure
het minderjarig kind;
Rechtbank Limburg
De vrouw is met het minderjarige kind uit de echtelijke woning vertrokken en woont nu bij haar ouders in een andere woonplaats, waar het kind ook naar school gaat. De man verzet zich tegen deze verhuizing vanwege de afstand en financiële beperkingen die normaal contact zouden belemmeren. De rechtbank oordeelt dat het belang van het kind het meest gediend is met handhaving van de huidige situatie en vertrouwt het kind toe aan de vrouw.
De vrouw verzocht tevens om vervangende toestemming voor de verhuizing met het kind op grond van artikel 223 Rv Pro. De rechtbank overweegt dat de bijzondere wettelijke regeling voor voorlopige voorzieningen bij echtscheiding (artikelen 821-826 Rv) de toepassing van artikel 223 Rv Pro in deze procedure uitsluit en verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in dit verzoek.
De man vroeg het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen aan hem. Tijdens de zitting verklaarde hij bereid te zijn tijdelijk uit de woning te vertrekken zodat de vrouw met het kind kan terugkeren. De rechtbank kent het uitsluitend gebruik van de woning toe aan de man en beveelt de vrouw de woning te verlaten en niet meer te betreden zonder toestemming van de man.
Over de afgifte van goederen voor dagelijks gebruik is door partijen in onderling overleg besloten, zodat de rechtbank dit verzoek afwijst. De overige verzoeken worden eveneens afgewezen. Tegen deze beschikking is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om vervangende toestemming tot verhuizing, het kind wordt aan haar toegewezen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning wordt aan de man toegekend.